ECLI:NL:RVS:2021:271
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J. Hoekstra
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens lozing verontreinigd afvalwater in oppervlaktewater
Bij besluit van 14 december 2017 legde het dagelijks bestuur van het Waterschap de Dommel een last onder dwangsom op aan appellant en de maatschap wegens overtreding van artikel 6.2 van de Waterwet. Het betrof het lozen van verontreinigd afvalwater vanaf het terrein van een vleesstierenhouderij via een geul in een kavelsloot en vervolgens in de Kleine Beerze.
Het dagelijks bestuur besloot op 28 juni 2018 tot invordering van de dwangsom van €3.600,00 omdat bij controles opnieuw lozing werd geconstateerd. Appellant voerde aan dat hij geen dwangsom kon verbeuren omdat de maatschap was ontbonden, dat er geen overtreding was, dat de last onduidelijk was en dat het besluit onrechtmatig was. Ook stelde hij dat de ambtelijke betrokkenheid bij de besluitvorming strijdig was met de Awb en dat zijn financiële situatie onvoldoende was meegewogen.
De Afdeling oordeelde dat appellant mede als overtreder was aan te merken, dat de lozing onder het begrip lozen in de Waterwet valt, en dat het controlerapport betrouwbaar was. De betrokkenheid van de ambtenaar bij controles en besluitvorming was niet in strijd met de Awb. De financiële situatie van appellant gaf geen aanleiding tot afzien van invordering. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot invordering van de dwangsom bevestigd.