ECLI:NL:RBDHA:2024:21320
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank gelast overplaatsing vreemdeling wegens onrechtmatige detentie in JCS Schiphol
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de Minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De eiser voerde aan dat de detentie onevenredig bezwarend was, dat het vertrouwensbeginsel was geschonden, dat de informatievoorziening onvoldoende was en dat hij niet in een gespecialiseerde inrichting werd vastgehouden.
De rechtbank oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel op zichzelf niet onrechtmatig was en dat verweerder de onderzoeksplicht had nageleefd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en de klachten over rechtsbijstand werden verworpen. Wel stelde de rechtbank vast dat het Justitieel Complex Schiphol door de verlengde insluitingstijd en het regime niet langer kan worden beschouwd als een gespecialiseerde inrichting zoals bedoeld in artikel 10 van Pro de Opvangrichtlijn en artikel 16 van Pro de Terugkeerrichtlijn.
Daarom werd de tenuitvoerlegging van de maatregel op die locatie onrechtmatig geacht en werd verweerder gelast de eiser per omgaande over te plaatsen naar een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie. Daarnaast werd een schadeloosstelling van € 780,- toegekend wegens het nadeel van het verblijf in het huidige regime. Het beroep werd voor zover gericht tegen de wijze van tenuitvoerlegging gegrond verklaard, voor het overige ongegrond. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank gelast onmiddellijke overplaatsing van eiser naar een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie en kent een schadeloosstelling toe wegens onrechtmatige tenuitvoerlegging.