ECLI:NL:RBDHA:2024:20829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige grensdetentie op Schiphol wegens penitentiair karakter en ongeschikte detentiefaciliteiten
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij grensdetentie op Schiphol werd toegepast. De rechtbank stelde vast dat de detentievoorzieningen op Schiphol multi-inzetbaar zijn en niet voldoen aan de eis van gespecialiseerde bewaringsaccommodaties zoals bedoeld in artikel 10 van Pro de Opvangrichtlijn. De omstandigheden van detentie vertonen penitentiaire kenmerken, waaronder lange insluitingstijden en gelijke voorzieningen als strafrechtelijke detentie.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de EU, die benadrukken dat detentie van asielzoekers niet willekeurig mag zijn en moet plaatsvinden in gespecialiseerde faciliteiten. De huidige situatie op Schiphol voldoet hier niet aan, mede omdat de detentieomstandigheden onrechtmatig zijn en de klachtprocedure onvoldoende effectief is om de situatie te verbeteren.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel onrechtmatig is vanaf het begin van de detentie en beveelt de onmiddellijke opheffing ervan. Tevens kent zij een schadevergoeding toe van € 2.000 voor 20 dagen onrechtmatige detentie en veroordeelt de Staat in de proceskosten van € 1.750. De uitspraak benadrukt het belang van passende detentiefaciliteiten en respect voor grondrechten bij grensdetentie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de grensdetentie en kent een schadevergoeding toe wegens onrechtmatige detentie.