ECLI:NL:RBDHA:2024:2485
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Bulgarije
Eiser, met de Syrische nationaliteit, verzet zich tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelt dat de situatie in Bulgarije mensonterend is, met slechte opvang, onhygiënische omstandigheden, detentie en mishandeling, en dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel niet toegepast mag worden zonder nader onderzoek. Hij verwijst naar eerdere uitspraken en het AIDA-rapport.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel ten opzichte van Bulgarije mag worden aangenomen, zoals recent bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser slaagt er niet in aannemelijk te maken dat hij persoonlijk een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bij overdracht.
De rechtbank stelt dat Bulgarije garanties biedt dat het asielverzoek conform internationale normen wordt behandeld en dat eiser klachten kan indienen bij Bulgaarse autoriteiten. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.