Uitspraak
Datum uitspraak: 8 september 2023
BESTUURSRECHTSPRAAK
appellant,
voorzieningenrechter
griffier
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
Bij besluit van 3 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 maart 2023 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris terecht het interstatelijk vertrouwensbeginsel toepaste ten aanzien van Bulgarije, ondanks de door de vreemdeling aangevoerde mishandeling in detentie aldaar.
De vreemdeling had niet aannemelijk gemaakt dat er een reëel risico bestond op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest na overdracht aan Bulgarije, mede omdat hij niet had geprobeerd bij Bulgaarse autoriteiten of rechter te klagen over de detentieomstandigheden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.