ECLI:NL:RVS:2023:3646

Raad van State

Datum uitspraak
29 september 2023
Publicatiedatum
29 september 2023
Zaaknummer
202304594/1/V3 en 202304594/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 92 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel afgewezen

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 23 mei 2023 een besluit om de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 juli 2023 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De Afdeling bestuursrechtspraak beantwoordde de rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije aan de hand van eerdere uitspraken en verklaarde het hoger beroep gegrond. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en beoordeelde het beroep inhoudelijk. De vreemdeling voerde aan dat hij vanwege zijn Afghaanse nationaliteit risico liep op pushbacks en geen toegang zou hebben tot opvangvoorzieningen in Bulgarije.

De Afdeling oordeelde dat deze stelling niet aannemelijk was en dat Dublinclaimanten in beginsel toegang hebben tot opvangvoorzieningen in Bulgarije zonder reëel risico op pushbacks. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Omdat het hoger beroep inhoudelijk werd beslist, wees de Afdeling het verzoek om voorlopige voorziening af en legde geen proceskostenveroordeling op.

Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag.

Uitspraak

202304594/1/V3 en 202304594/2/V3.
Datum uitspraak: 29 september 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 17 juli 2023 in zaak nr. NL23.15362 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 23 mei 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 17 juli 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. P.M. van der Roest, advocaat te Nijmegen, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De door de staatssecretaris in zijn enige grief opgeworpen rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Bulgarije, heeft de Afdeling beantwoord in haar uitspraken van 16 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3133 en ECLI:NL:RVS:2023:3134, onder 4.4 tot en met 4.13. Uit die uitspraken volgt dat de grief slaagt.
2.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De Afdeling beoordeelt het beroep. Daarbij bespreekt zij alleen beroepsgronden waarover de rechtbank nog geen oordeel heeft gegeven en beroepsgronden waarop na de overwegingen in hoger beroep nog moet worden beslist.
Toegang tot opvangvoorzieningen in Bulgarije
3.       De vreemdeling heeft betoogd dat uit verschillende rapporten volgt dat er systematische tekortkomingen zijn in de opvangvoorzieningen van Bulgarije en dat hij, vooral vanwege zijn Afghaanse nationaliteit, het risico loopt om slachtoffer te worden van pushbacks en geen toegang krijgt tot de opvang.
4.       Dit betoog slaagt niet. Zoals uit de eerdergenoemde uitspraken van 16 augustus 2023 volgt, lopen Dublinclaimanten geen reëel risico om slachtoffer te worden van pushbacks en hebben zij in beginsel toegang tot de opvang. De vreemdeling heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit voor hem wegens zijn Afghaanse nationaliteit niet geldt.
Conclusie
5.       Het beroep is ongegrond.
6.       Omdat op het hoger beroep is beslist, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
7.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 17 juli 2023 in zaak nr. NL23.15362.
III.      verklaart het beroep ongegrond;
IV.     wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.
w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Weber
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2023
846-1041