ECLI:NL:RBDHA:2024:3680
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling en verzoek schadevergoeding
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, die op 4 augustus 2023 is opgelegd. Eerder zijn meerdere vervolgberoepen ongegrond verklaard. De rechtbank toetst nu of de maatregel sinds 6 februari 2024 rechtmatig is.
Eiser voert aan dat de staatssecretaris een verzwaarde belangenafweging te laat heeft gemaakt, dat een lichter middel dan bewaring toegepast had moeten worden, en dat er geen zicht is op uitzetting naar Gambia. De rechtbank verwerpt deze gronden. Het verlengingsbesluit is reeds beoordeeld en ongegrond verklaard. De rechtbank acht het risico op ontduiking en belemmering van uitzetting aanwezig en constateert dat eiser niet volledig meewerkt aan zijn terugkeer.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.