ECLI:NL:RVS:2023:2320
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- J.M. Willems
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens overtreding Wet minimumloon door Animatiebedrijf
De zaak betreft een boete van €144.000 opgelegd aan Animatiebedrijf wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). De kern is of Animatiebedrijf als werkgever van entertainers kan worden aangemerkt en of zij haar verplichtingen uit de Wml heeft geschonden.
De rechtbank had de boete gehalveerd tot €72.000 omdat zij vond dat de overtredingen in wezen één gedraging betroffen en het een eerste overtreding was. Zowel de minister als Animatiebedrijf gingen in hoger beroep tegen deze matiging. De Raad van State oordeelt dat Animatiebedrijf wel degelijk als werkgever moet worden gezien omdat aan alle elementen van een arbeidsovereenkomst is voldaan, waaronder een gezagsrelatie. De eerdere standpunten van Belastingdienst en UWV over het ontbreken van een dienstbetrekking zijn niet bindend voor de staatssecretaris.
De Raad stelt dat de boete per werknemer moet worden opgelegd en dat de rechtbank ten onrechte de overtredingen als één gedraging heeft gezien. Toch wordt de boete gematigd met 50% vanwege het niet eenduidige overheidshandelen en het feit dat Animatiebedrijf haar werkwijze inmiddels heeft aangepast. Verder wordt de boete verminderd met €2.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn. De boete wordt vastgesteld op €69.500. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Animatiebedrijf.
Uitkomst: Boete van €69.500 opgelegd aan Animatiebedrijf wegens overtreding Wet minimumloon, met matiging wegens overschrijding redelijke termijn en onduidelijkheid overheidshandelen.