ECLI:NL:RBDHA:2024:6612
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Bulgarije
Eiser, van Syrische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Eiser stelt dat hij in Bulgarije herhaaldelijk is geconfronteerd met pushbacks, mishandeling en onveilige opvangomstandigheden, en dat hij bij terugkeer ernstige psychische en fysieke schade zal ondervinden. Hij beroept zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en artikel 17 van Pro de Dublinverordening om de zaak naar Nederland te laten halen.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel inhoudt dat Nederland mag vertrouwen op de naleving van verdragsverplichtingen door Bulgarije, tenzij eiser aannemelijk maakt dat er sprake is van fundamentele systeemfouten die een reëel risico op onmenselijke behandeling opleveren. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft recent geoordeeld dat dergelijke systeemfouten niet zijn aangetoond, ook niet met de door eiser aangevoerde rapporten en medische stukken.
Verder is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de overdracht aan Bulgarije een onevenredige hardheid oplevert op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro. De medische stukken tonen geen onomkeerbare psychische schade aan en het ontbreken van klachten bij Bulgaarse autoriteiten weegt mee. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst ook het verzoek om proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.