Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
5. De rechtbank overweegt dat uitgangspunt is dat eiser het recht heeft om in persoon gehoord te worden indien de rechtbank de rechtmatigheid van de oplegging en voortduring van de bewaringsmaatregel beoordeelt. Indien eiser ten tijde van de behandeling ter zitting, die elf dagen tevoren is aangekondigd, feitelijk in Nederland verblijft wordt hij door de rechter gehoord. Dit is in die situatie slechts anders indien eiser zelf aangeeft geen gebruik van dit recht te willen maken of indien eiser vanwege persoonlijke problematiek of organisatorische redenen niet in staat is om in persoon te worden gehoord.
(…)
8. Het recht om door de rechter in persoon gehoord te worden op een beroep tegen een vrijheidsbenemende maatregel heeft vanuit oogpunt van rechtsbescherming een fundamenteel karakter. Het kan niet zo zijn dat dit recht zinledig is als de uitzetting wordt gepland op de dag dat de rechtbank het beroep ter zitting behandelt en bij de planning van de uitzetting dit ook bekend is.
(…)
9. (…)De rechtbank overweegt dat dit, in de omstandigheden zoals hier aan de orde, een dermate ernstig gebrek is dat voor een belangenafweging geen plaats is. De rechtbank zal de maatregel van bewaring dan ook om deze reden opheffen en de onmiddellijke invrijheidstelling gelasten. De rechtbank acht, gelet op de concrete omstandigheden in de onderhavige procedure, de maatregel van aanvang af onrechtmatig.
(…)
7. Hieruit vloeit voort dat eiser het recht heeft om in persoon op een zitting gehoord te worden indien de rechtbank de rechtmatigheid onderzoekt van de oplegging en voortduring van de maatregel van bewaring. Indien eiser ten tijde van de behandeling ter zitting in Nederland verblijft, wordt hij door de rechter gehoord, tenzij eiser zelf aangeeft geen gebruik van dit recht te willen maken of indien eiser vanwege persoonlijke omstandigheden of andere organisatorische redenen niet in staat is om in persoon te worden gehoord.
8. Het recht om door de rechter in persoon te worden gehoord op een beroep tegen een vrijheidsbenemende maatregel heeft vanuit het oogpunt van rechtsbescherming een fundamenteel karakter. Het is niet aan verweerder om vanwege praktische redenen het recht van eiser om door de rechter in persoon gehoord te worden te ontnemen als eiser feitelijk in Nederland verblijft op het moment dat de behandeling ter zitting plaatsvindt.
(…)
9. Dit gebrek is dermate ernstig dat voor een belangenafweging geen plaats is. Op 17 februari 2022, dus na het sluiten van het onderzoek ter zitting, heeft verweerder meegedeeld dat de maatregel van bewaring met ingang van 16 februari 2022 is opgeheven. Eiser heeft daarom geen belang meer bij de beoordeling van zijn beroep, voor zover dat strekt tot opheffing van de vreemdelingenbewaring. Dat neemt niet weg dat de maatregel van bewaring, gelet op de concrete omstandigheden zoals hierboven geschetst, van aanvang af tot de datum van opheffing onrechtmatig is
2. De staatssecretaris klaagt in zijn enige grief tevergeefs dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het recht van de vreemdeling om op zitting te worden gehoord is geschonden. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 7 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:991), is het recht op zitting te worden gehoord, geregeld in artikel 94, vierde lid, van de Vw 2000, een uitwerking van artikel 15, tweede lid, van de Grondwet, artikel 5, vierde lid, van het EVRM en artikel 6 van Pro het EU Handvest en is dat recht, hoewel niet absoluut, een fundamenteel onderdeel van de mogelijkheden die een vreemdeling heeft om zijn inbewaringstelling te bestrijden. Van de staatssecretaris had daarom in dit geval, gelet op het fundamentele karakter van dat recht, mogen worden verwacht in ieder geval te onderzoeken of de overdracht met een uur of enkele uren uitgesteld kon worden zodat de vreemdeling gebruik kon maken van zijn recht om ter zitting door de rechtbank te worden gehoord. Omdat de staatssecretaris dat niet heeft gedaan, heeft de rechtbank al daarom terecht geoordeeld dat hij zich onvoldoende heeft ingespannen om mogelijk te maken dat de overdracht zou plaatsvinden na de telehoorzitting.
9. INSLUITING NACHTRUST BESTEMDE TIJD
Op 01-05-2024 omstreeks 23:00 uur is betrokkene overgebracht naar Cellencomplex Mijkenbroek, ter insluiting voor de nachtrust bestemde tijd.
10. BEËINDIGING/ OPHEFFING VAN DE MAATREGEL
ófin bewaring wordt gehouden op grond van een aansluitend opgelegde opvolgende maatregel, hoeft de rechtbank eiser niet in vrijheid te stellen.