Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres], eiseres, hierna tezamen te noemen: eisers V-nummers: [v-nummer 1] en [v-nummer 2]
Procesverloop
Overwegingen
Suïcidaliteit en detentie(on)geschiktheid
Ik heb echt het gevoel dat verweerder voorgetrokken wordt omdat verweerder nog meer de kans krijgt om alles na te vragen. Ik meen dat echt, ik kan ruiken dat u verweerder probeert te helpen. Mijn vertrouwen in de rechtspraak zinkt steeds sneller.” Nadat de rechtbank heeft uitgelegd dat en waarom zij deze procesbeslissing toch neemt (namelijk omdat zij zich volledig wil laten informeren), heeft de gemachtigde zich op de volgende wijze (of in woorden van gelijke strekking) geuit: “
Dan ga ik nu weg, ik weet al precies hoe dit soort dingen gaan. Dit is heel triest” en “
Ik ga u niet wraken, ik heb niet eens zin om u te wraken. Ik weet toch hoe dat hier in die wrakingskamers gaat. U drinkt elke dag koffie met die mensen, uw collega’s, zo werkt dat. Dat is de realiteit.” De gemachtigde is vervolgens gaan staan en heeft zijn dossiers dichtgeklapt, maar is – ondanks de gevraagde en verkregen toestemming van de rechtbank – niet vertrokken. Wel heeft hij de rechtbank nog het volgende (of woorden van gelijke strekking) toegevoegd: “
Ik ben het zat. Ik wil een eerlijk proces. U wil overduidelijk het beroep ongegrond verklaren. Ik heb veel respect voor de rechtbank en voor u en voor de griffier, maar dit is echt niet normaal.” Nu de gemachtigde de rechtbank vooringenomenheid heeft verweten, maar geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de rechtbank te wraken en nu de gemachtigde heeft aangekondigd de zittingzaal te zullen verlaten, maar toch is gebleven, kan de rechtbank de gedragingen en (grievende) uitlatingen van de gemachtigde niet anders zien dan als oneigenlijke pogingen om de rechtbank onder druk te zetten om de door hem gewenste (proces)beslissing(en) te nemen. Dit acht de rechtbank van een advocaat, zoals de gemachtigde van eisers is, ongepast en onprofessioneel.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan zowel eiser als eiseres tot een bedrag van € 800,-, (in totaal dus € 1.600,-), te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 2.267,50.