ECLI:NL:RVS:2017:1467
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring wegens ondeugdelijke motivering
De vreemdeling werd op 23 maart 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zijn besluit ondeugdelijk had gemotiveerd, met name omtrent de toepassing van een lichter middel dan inbewaringstelling. De medische situatie en suïcidaliteit van de vreemdeling waren voldoende onderzocht en gemotiveerd in het besluit.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De gronden voor de bewaring, zoals het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan, werden als voldoende geacht. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.