ECLI:NL:RBDHA:2025:13684
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag heeft op 14 juli 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat vanaf het begin geen zicht op uitzetting bestond, wat een schending van artikel 5 EVRM Pro zou zijn, en dat de minister een lichter middel had moeten toepassen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is. Uit eerdere uitspraken bleek dat er in algemene zin wel zicht op uitzetting naar Algerije was, ondanks het ontbreken van een presentatie in persoon. De minister mocht tijd nemen om stappen te ondernemen en was afhankelijk van de Algerijnse autoriteiten. Het feit dat de bewaring na bijna zes maanden werd opgeheven vanwege het ontbreken van een presentatie en medewerking van eiser, leidt niet tot een ander oordeel.
Verder stelde de rechtbank vast dat er geen andere minder dwingende maar doeltreffende maatregelen mogelijk waren en dat het risico van onttrekking te groot was om een lichter middel toe te passen. De minister heeft gedurende de bewaring uitzettingshandelingen verricht. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.