ECLI:NL:RBDHA:2025:13859
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren grensdetentie en afwijzing schadevergoeding
Eiseres, een Iraanse vrouw, is sinds 10 januari 2025 onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had de maatregel reeds eerder getoetst en geoordeeld dat deze tot 6 mei 2025 rechtmatig was.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het voortduren van de maatregel na 6 mei 2025. De rechtbank oordeelt dat een grensdetentie van negen weken aanvaardbaar is volgens artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn. Hoewel eiseres op het moment van behandeling ruim negentien weken in detentie verbleef, acht de rechtbank de overschrijding onvoldoende om de maatregel onredelijk lang te achten. Het belang van de overheid bij grensbewaking weegt zwaarder dan het belang van eiseres bij opheffing.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat eiseres dit niet heeft onderbouwd en omdat, indien de grensprocedure ten onrechte zou zijn toegepast, zij in de asielprocedure alsnog een vergoeding kan vragen. De rechtbank ziet geen andere gronden om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de grensdetentie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.