ECLI:NL:RBDHA:2025:14123
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De eiser, een Nigeriaanse nationaliteit dragende vreemdeling, had beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 3 maart 2025 door de minister was opgelegd. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en oordeelde dat deze tot 30 juni 2025 rechtmatig was.
De beoordeling richtte zich daarom op de periode vanaf 30 juni 2025. De eiser stelde dat zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 onterecht was afgewezen en dat uitzettingshandelingen onrechtmatig waren zolang het oordeel van de voorzieningenrechter niet was afgewacht.
De rechtbank stelde echter dat het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is zolang geen rechtmatig verblijf is toegekend en dat de bewaringsrechter niet bevoegd is om verblijfsrechtelijke beslissingen te toetsen. Voorts is de minister verplicht voortvarend te werken aan uitzetting. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.