Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser],
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
7januari 2023) asiel heeft aangevraagd, doet dit op voorhand afbreuk aan de gestelde noodzaak tot internationale bescherming. Verweerder heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de algemene veiligheidssituatie in Libië niet dusdanig ernstig is dat een vreemdeling enkel op basis daarvan al een asielvergunning kan krijgen. Omdat de gestelde problemen met de militie niet geloofwaardig worden geacht, en eiser ook anderszins niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te vrezen heeft voor vluchtelingrechtelijke vervolging, dan wel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het EVRM, heeft verweerder geconcludeerd dat eiser niet in aanmerking komt voor internationale bescherming, meer in het bijzonder voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder a en b, van de Vw 2000. Omdat eiser verklaringen heeft afgelegd die zijn beoordeeld als kennelijk inconsequent en tegenstrijdig heeft verweerder eisers aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw 2000 en een inreisverbod opgelegd.