ECLI:NL:RBDHA:2025:17711
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- L.M. Nieuwenhuijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en onvoldoende bewijs
Eiser, afkomstig uit Iran, heeft asiel aangevraagd in Nederland met het verhaal dat hij gevoelige informatie over de Iraanse inlichtingendienst heeft doorgespeeld en daardoor vervolging vreest. Hij werd opgepakt, stond onder meldplicht en vluchtte uiteindelijk naar Nederland. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid en gebrek aan documenten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom het asielrelaas ongeloofwaardig is, onder meer vanwege inconsistenties in verklaringen, onlogische gedragingen van eiser en het ontbreken van concrete bewijsstukken. Ook is vastgesteld dat eiser zich mogelijk te kwader trouw heeft ontdaan van paspoortdelen en een vals identiteitsbewijs heeft gebruikt.
Eiser heeft betoogd dat hij niet misleid heeft en dat hij een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer, onder andere vanwege zijn afvalligheid en politieke overtuiging. De rechtbank acht deze risico’s onvoldoende aannemelijk gemaakt en concludeert dat het terugkeerbesluit en het inreisverbod terecht zijn opgelegd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de voorlopige voorziening wordt afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 12 september 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag, het terugkeerbesluit en het inreisverbod blijven in stand.