ECLI:NL:RBDHA:2025:17723
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Roemenië bevestigd
Eiser, een staatloos Palestijn, diende op 8 februari 2025 een asielaanvraag in in Nederland. De minister verklaarde deze aanvraag op 27 juni 2025 niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser sinds 19 oktober 2023 internationale bescherming geniet in Roemenië. Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat de Roemeense autoriteiten onverschillig zijn ten aanzien van zijn hulpbehoefte, mede vanwege financiële belemmeringen en zijn bijzondere kwetsbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer in Roemenië een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De medische zorg die eiser in Roemenië ontving, waaronder opname, operatie en fysiotherapie, en het ontbreken van klachten bij Roemeense autoriteiten, ondersteunen dit oordeel. Ook is niet gebleken dat eiser volledig afhankelijk is van overheidssteun of niet in staat is arbeid te verrichten.
De rechtbank concludeert dat de minister de aanvraag terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter R. Tesfai en griffier A. Hoekstra - Verbeek op 26 september 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag.