ECLI:NL:RBDHA:2025:17868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring wegens ernstige bedreiging samenleving
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister om zijn EU-verblijfsrecht te ontzeggen en hem ongewenst te verklaren, met onmiddellijke vertrekplicht uit Nederland. Eiser is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens doodslag en heeft daarnaast een strafrechtelijk verleden in Nederland, Ierland en het Verenigd Koninkrijk. De minister acht het gedrag van eiser een actuele en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich terecht op dit standpunt heeft gesteld en dat het beroep tegen de ontzegging van het EU-verblijfsrecht niet-ontvankelijk is vanwege het voortduren van de ongewenstverklaring. De rechtbank gaat inhoudelijk in op de beroepsgronden tegen de ongewenstverklaring en komt tot het oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom eiser een bedreiging vormt, mede gelet op het geweld en het ontbreken van aanwijzingen voor gedragsverbetering.
Verder wijst de rechtbank het verzoek om een vertrektermijn en het verzoek om een hoorzitting in bezwaar af, evenals het verzoek om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De procedure is niet onredelijk vertraagd en eiser heeft geen concreet belang bij een hoorzitting kunnen aantonen. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt afgewezen en het besluit tot ontzegging van het EU-verblijfsrecht en ongewenstverklaring blijft in stand.