ECLI:NL:RBDHA:2025:17870
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over interstatelijk vertrouwensbeginsel bij Turkse asielzoeker in Bulgarije
Eiseres, een Turkse asielzoekster, diende op 3 mei 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn op grond van een geldig visum en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiseres betwistte dit en verwees naar ernstige tekortkomingen in de Bulgaarse asielprocedure voor Turkse asielzoekers, onderbouwd met rapporten en eerdere uitspraken.
De rechtbank bevestigt het uitgangspunt van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, maar stelt dat dit niet zonder meer geldt voor Turkse asielzoekers in Bulgarije vanwege aanwijzingen voor een systeemfout. Deze aanwijzingen omvatten lage inwilligingspercentages, een informele overeenkomst tussen Bulgarije en Turkije die de toegang tot rechtsbijstand belemmert, en problematische detentieomstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar deze specifieke situatie en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het vertrouwensbeginsel hier zou gelden. Het besluit is daardoor in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Verweerder krijgt zes weken de tijd om de gebreken te herstellen door nader onderzoek en een nieuwe motivering of besluit.
Andere beroepsgronden, zoals het verzoek tot het naar zich toetrekken van de aanvraag en het verzoek om schadevergoeding voor grensdetentie, worden afgewezen of geacht in een andere procedure te horen. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd, waardoor verweerder in de gelegenheid wordt gesteld de gebreken te herstellen.