Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2025 in 59 zaken tussen
ieder van de belanghebbenden genoemd in bijlage 1, belanghebbende
de heffingsambtenaar van gemeente Den Haag, verweerder.
Procesverloop
[naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] .
Overwegingen
Geschil3. In elk van de zaken is in geschil of:
31 oktober 2023 (258.300).
[voetnoot 3: Stb. 2019, 46, p. 8.]
[voetnoot 4: Vergelijk Gerechtshof Amsterdam 21 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1370, r.o. 4.2.2 en 4.2.3 en Conclusie A-G Pauwels 25 oktober 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1116, punt 8.17.]
[voetnoot 5: Hoge Raad 4 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0990, Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:777, Hoge Raad 21 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1016 en ECLI:NL:HR:2019:1020.]
[voetnoot 6: Hoge Raad 4 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0990, en Hoge Raad 31 maart 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2710.]”
Proceskosten
Beslissing
mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
22 oktober 2025.