ECLI:NL:RBDHA:2025:21250
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, verbleef sinds maart 2025 in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had de rechtmatigheid van de maatregel reeds eerder beoordeeld en toetst nu alleen de periode vanaf 29 september 2025.
Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en dat het zicht op uitzetting naar Algerije ontbrak. Verweerder had meerdere keren contact gezocht met de Algerijnse autoriteiten, die op 28 oktober 2025 de nationaliteit van eiser bevestigden. Ondanks het ontbreken van een laissez-passer achtte de rechtbank het zicht op uitzetting niet afwezig, mede omdat eiser onvoldoende meewerkte aan het verkrijgen van documenten.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend was gebleven en dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.