ECLI:NL:RBDHA:2025:22323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van facultatieve tijdelijke bescherming en terugkeerbesluit voor derdelander uit Oekraïne
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, enkelvoudige kamer, op 25 november 2025, wordt de beëindiging van de facultatieve tijdelijke bescherming van eiser, een derdelander uit Oekraïne, behandeld. Eiser had tijdelijke bescherming verkregen op basis van de Richtlijn tijdelijke bescherming, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze bescherming per 4 maart 2024 beëindigd en een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de bescherming heeft beëindigd, maar dat het terugkeerbesluit prematuur was, omdat dit al op 21 februari 2024 was genomen, terwijl de bescherming pas op 4 maart 2024 eindigde. De rechtbank concludeert dat de minister de hoorplicht niet heeft geschonden, omdat eiser eerder de gelegenheid heeft gehad om zijn zienswijze naar voren te brengen. Uiteindelijk wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister veroordeeld in de proceskosten van eiser.