Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- (3b) zich in strijd met de vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
- (3c) eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;
- (3f) zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reis- of identiteitsdocumenten;
- (3i) te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;
- (4a) zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;
- (4c) geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; en
- (4d) niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
beschikteiser wel over een paspoort, maar kan hij dat niet alleen niet
tonen. De zware grond 3c is volgens eiser ook feitelijk niet juist, omdat het visumbesluit nooit aan hem kenbaar is gemaakt. Bovendien heeft eiser Nederland wel degelijk op enig moment verlaten (omdat hij naar Spanje is vertrokken) en kan hij Nederland nu niet verlaten omdat hij in bewaring is gesteld. Tot slot voert eiser over de lichte grond 4c aan dat hij zich vanuit detentie niet in de Basisregistratie personen niet kan inschrijven en dat de minister het onttrekkingsrisico niet heeft gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814.