ECLI:NL:RBDHA:2025:2314
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2025 behandeld en verklaart het ongegrond.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is, waardoor Nederland mag vertrouwen op de correcte behandeling van asielaanvragen door Duitsland. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er ernstige tekortkomingen zijn in het Duitse asielsysteem die dit vertrouwen zouden ondermijnen. Ook de aangevoerde risico's op schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bij terugkeer naar Duitsland zijn onvoldoende onderbouwd.
Verder heeft eiser betoogd dat het belang van zijn minderjarige kinderen en het gezinsleven een zelfstandige grond vormt om zijn aanvraag in Nederland te behandelen. De rechtbank oordeelt dat de Dublinverordening en het internationale recht dit niet verplichten, mede omdat de familiebanden niet in het land van herkomst zijn ontstaan en er een terugnameverzoek is geaccepteerd door Duitsland.
Ten slotte wijst de rechtbank het beroep af omdat eiser geen bijzondere individuele omstandigheden heeft aangevoerd die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen. De minister heeft de aanvraag terecht niet in behandeling genomen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.