Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres
de minister van Asiel en Migratie.
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
31 augustus 2023 buiten behandeling gesteld. Hiertegen is geen beroep ingesteld.
29 maart 2024 [4] en 25 april 2024 [5] prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Deze vragen zijn beantwoord in een arrest van 19 december 2024 (arrest Kaduna). [6] Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het Unierecht het een lidstaat toestaat om de verleende facultatieve tijdelijke bescherming op een eerder tijdstip in te trekken dan dat waarop de verplichte tijdelijke bescherming geen rechtsgevolgen meer heeft. Ook heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat het lidstaten niet is toegestaan een terugkeerbesluit te nemen voordat de tijdelijke bescherming is beëindigd.
4 maart 2024. De rechtbank verklaart het beroep voor zover dat zich richt tot het vervangingsbesluit daarom ongegrond.
Conclusie en gevolgen
7 februari 2024, is niet-ontvankelijk. Het beroep, voor zover gericht tegen het besluit van
21 juli 2025, is ongegrond.