ECLI:NL:RBDHA:2025:322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot rectificatie naam in basisregistratie personen bevestigd
Eiser heeft verzocht om rectificatie van zijn naam in de basisregistratie personen (brp), nadat hij was ingeschreven zonder voornaam. Verweerder wees dit verzoek af omdat geen geldig brondocument werd overgelegd dat de huidige registratie onjuist maakte. Eiser stelde dat zijn eigen verklaring onder dwang was afgelegd en dat andere landen zijn naam anders registreren, en beriep zich op zijn rechten onder het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen procesbelang meer had omdat hij inmiddels was verhuisd naar een andere gemeente, maar dat hij toch aannemelijk had gemaakt schade te lijden door de registratie. Daarom werd het beroep inhoudelijk behandeld. De rechtbank benadrukte dat wijziging van de brp alleen mogelijk is op basis van een hogerwaardig brondocument dan de eigen verklaring, zoals een geldig paspoort, welke eiser niet had overlegd.
De gronden van eiser over de procedurele fouten bij de afgifte van zijn verklaring en de verschillen in buitenlandse naamregistraties konden niet leiden tot wijziging van de brp. De rechtbank wees erop dat eiser een verzoek tot herziening bij de oorspronkelijke gemeente kan indienen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot rectificatie van de naam in de basisregistratie personen wordt ongegrond verklaard.