ECLI:NL:RBDHA:2025:4439
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen nog geldt en of de minister terecht geen gebruik heeft gemaakt van de discretionaire bevoegdheid om de aanvraag op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro onverplicht in behandeling te nemen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie in Polen zodanig is verslechterd dat het vertrouwensbeginsel niet langer geldt. De verwijzingen naar pushbacks en tekortkomingen in rechtsbijstand zijn onvoldoende onderbouwd om het uitgangspunt te doorbreken. Ook is geen sprake van bijzondere individuele omstandigheden die een onevenredige hardheid opleveren bij terugzending naar Polen.
Daarom blijft het besluit van de minister in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk is.