ECLI:NL:RBDHA:2025:6114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag wegens Dublinverordening en Kroatië-verantwoordelijkheid
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 9 september 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-gegevens bleek dat hij eerder een verzoek om internationale bescherming in Kroatië had ingediend. Nederland verzocht Kroatië om zijn terugname op basis van de Dublinverordening, wat Kroatië accepteerde. Verweerder nam de asielaanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege risico op pushbacks en mishandeling in Kroatië, onderbouwd met rapporten van No Name Kitchen en jurisprudentie. Tevens stelde hij dat overdracht aan Kroatië een onevenredige hardheid vormt, waarvoor Nederland de asielaanvraag had moeten behandelen.
De rechtbank oordeelde dat het vermoeden geldt dat Kroatië zijn internationale verplichtingen nakomt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om dit te weerleggen. De rapporten en verklaringen boden geen bewijs van een reëel risico op schendingen van artikel 4 Handvest Pro en artikel 3 EVRM Pro. Ook was de ervaren slechte behandeling bij eerste aankomst in Kroatië onvoldoende om een onevenredige hardheid aan te nemen.
Daarom bleef het bestreden besluit in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter F.A. Groeneveld en griffier A.R.M. Scheeres.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.