ECLI:NL:RBDHA:2025:7254
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Italië bevestigd
Eiser, van Somalische nationaliteit, diende op 1 november 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De minister verklaarde deze aanvraag op 17 maart 2025 niet-ontvankelijk omdat eiser internationale bescherming geniet in Italië tot 20 februari 2028. Eiser stelde dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn verblijfsstatus en dat de situatie voor statushouders in Italië problematisch is, onder meer door gebrek aan huisvesting en voorzieningen.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de Italiaanse autoriteiten hun verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag en het EVRM nakomen. Eiser maakte niet aannemelijk dat hij geen bescherming of hulp kan krijgen in Italië of dat terugkeer tot een situatie leidt die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 van Pro het Handvest.
Daarnaast werd het beroep verworpen dat terugkeer het recht op gezinsleven zou schenden, omdat eiser niet als gezinslid in de zin van de Kwalificatierichtlijn kan worden aangemerkt. De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens internationale bescherming in Italië.