ECLI:NL:RBDHA:2025:8551
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens verblijfsstatus in Denemarken
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 25 februari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van het feit dat eiser reeds internationale bescherming geniet in Denemarken, zoals blijkt uit Eurodac-gegevens. Eiser betwistte dit en voerde aan dat Eurodac niet geschikt is om verblijfsstatus te bepalen en dat de minister meer onderzoek had moeten verrichten.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitging van de gegevens uit Eurodac en het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag toepassen ten aanzien van Denemarken. Eiser bracht geen concrete feiten aan die het tegendeel aannemelijk maken. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening en de belangen van de minderjarige kinderen leiden niet tot een ander oordeel. De minister heeft het juiste toetsingskader gehanteerd en is niet gehouden tot een uitgebreidere belangenafweging.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens verblijfsstatus in Denemarken.