ECLI:NL:RBDHA:2025:9470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Roemenië
Eiser, met de Ethiopische nationaliteit, diende op 2 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Roemenië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank toetst het beroep tegen dit besluit.
De rechtbank bevestigt het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat ervan uitgaat dat lidstaten hun internationale verplichtingen nakomen. Eiser bracht geen concrete aanwijzingen aan dat de Roemeense asielprocedure fundamentele systeemfouten bevat die een uitzondering rechtvaardigen. De door eiser aangehaalde rapporten en omstandigheden, waaronder eerdere slechte behandeling door een werkgever en zorgen over toegang tot voorzieningen, zijn onvoldoende om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
Ook het beroep op onevenredige hardheid faalt omdat eiser geen medische of andere bewijsstukken heeft overgelegd die aantonen dat overdracht aan Roemenië tot ernstige persoonlijke problemen leidt. Verweerder heeft bovendien gemotiveerd dat eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht om klachten bij Roemeense autoriteiten kenbaar te maken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft het besluit. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.