ECLI:NL:RBDHA:2026:11109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid rechtbank bij beroep tegen brief beëindiging bevriezingsmaatregel
Eiseres, afkomstig uit Marokko en met tijdelijke bescherming in Nederland, werd geïnformeerd over de beëindiging van de bevriezingsmaatregel per 4 september 2025 via een brief van de minister. Eiseres stelde beroep in tegen deze brief, stellende dat het een besluit was dat haar verblijf beëindigde en een nieuw terugkeerbesluit inhield.
De rechtbank oordeelt dat de brief slechts een mededeling is en geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtsgevolgen van het beëindigen van de tijdelijke bescherming en het terugkeerbesluit van 21 februari 2024 zijn reeds vastgesteld en onherroepelijk geworden doordat er geen beroep tegen is ingesteld.
De rechtbank wijst het verweer van eiseres af dat het niet instellen van beroep verschoonbaar is en dat het terugkeerbesluit prematuur was. Ook het beroep op het beginsel van een betrouwbare overheid faalt. De bevriezingsmaatregel geeft geen rechtmatig verblijf en de beëindiging ervan vereist geen nieuw terugkeerbesluit. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en beoordeelt de zaak niet inhoudelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de brief over de beëindiging van de bevriezingsmaatregel omdat deze geen besluit is in de zin van de Awb.