ECLI:NL:RBDHA:2026:11497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing asielaanvraag Venezuela wegens ongeloofwaardige verklaringen
Eiser, een Venezolaanse politieke opposant, diende een asielaanvraag in die door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn verklaringen over deelname aan demonstraties en bedreigingen door gewapende groeperingen. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd met betrekking tot de geloofwaardigheidsbeoordeling volgens werkinstructie 2024/6, waardoor het besluit wordt vernietigd.
Desondanks kan de afwijzing in stand blijven omdat de minister het motiveringsgebrek op de zitting heeft hersteld en de overige beroepsgronden falen. De minister acht de documenten die eiser overlegt als vervalst en concludeert dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. De rechtbank bevestigt dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn verhaal toe te lichten en dat het nader gehoor zorgvuldig is verlopen.
De rechtbank wijst erop dat het medisch advies geen trauma aantoont dat het verklaringsvermogen van eiser beperkt en dat de minister terecht geen voordeel van de twijfel toekent. De minister heeft de geloofwaardigheid van het tweede asielmotief terecht verworpen op grond van inconsistenties, gebrek aan objectieve onderbouwing en onlogische verklaringen. Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege het motiveringsgebrek, maar de afwijzing blijft gehandhaafd. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.868 toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, maar de afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.