Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse derdelander die tijdelijk bescherming genoot in Nederland vanwege de oorlog in Oekraïne, werd geconfronteerd met een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie. Dit besluit bepaalde dat hij Nederland binnen vier weken na 22 juli 2025 moest verlaten, nadat de tijdelijke bescherming was beëindigd. Eiser voerde aan dat hij rechtmatig verblijf had tot 4 september 2025 en dat het terugkeerbesluit onvoldoende rekening hield met zijn privéleven en sociale banden in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag worden beëindigd dan die van Oekraïense ontheemden, mits niet vóór 4 maart 2024. Het vervangende terugkeerbesluit was daarmee rechtmatig en de bevriezingsmaatregel gold slechts als feitelijke opschorting, niet als rechtmatig verblijf. De rechtbank stelde vast dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om zijn zienswijze kenbaar te maken, waardoor de hoorplicht niet was geschonden.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser geen beschermenswaardig familie- of privéleven in Nederland had opgebouwd zoals bedoeld in het Handvest en de Terugkeerrichtlijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Wel werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, omdat het oorspronkelijke besluit gebreken vertoonde. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit en de toepassing van de Europese regelgeving omtrent tijdelijke bescherming.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.