Eiseres verzocht op 28 mei 2025 om een herbeoordeling van het recht van een (ex-)werkneemster op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van negen weken een besluit genomen, waardoor eiseres beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat ondanks een dwangsombeslissing van 20 februari 2026 nog geen besluit is genomen. De overschrijding wordt mede veroorzaakt door een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV, wat als een bijzonder geval wordt aangemerkt.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor het besluit is vastgesteld, tezamen negen weken na verzending van de uitspraak. Het UWV krijgt deze termijn opgelegd, met de mogelijkheid tot aanpassing bij bijzondere omstandigheden.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en proceskosten. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.