De eiser, staatssecretaris van Defensie, verzocht op 9 april 2025 om herbeoordeling van het recht van een (ex-)werknemer op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van negen weken beslist, waardoor de rechtbank het beroep gegrond verklaarde. Het UWV stelde dat het tekort aan verzekeringsartsen de vertraging veroorzaakte.
De rechtbank oordeelde dat dit tekort een bijzonder geval vormt, waardoor een aangepaste termijn geldt: zes weken voor de medische beoordeling door een verzekeringsarts en drie weken daarna voor het besluit, in totaal negen weken na verzending van de uitspraak. Het UWV kon niet aangeven wanneer de medische beoordeling zou plaatsvinden.
De rechtbank legde een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht van €397 aan eiser vergoeden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 15 mei 2026.