Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3], V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] en [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
21. Hoewel de minister ter zitting heeft aangeboden om de oudste zoon alsnog zijn mening schriftelijk kenbaar te laten maken, is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit een gebrek bevat en daarmee niet zorgvuldig is voorbereid. De minister heeft het oudste kind in de fase voorafgaand aan het bestreden besluit namelijk niet in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken. Anders dan eiseres aanvoert, volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2025 niet dat artikel 24, tweede lid, van het EU Handvest, gelezen in samenhang met artikel 3, eerste lid, van de Dvo en artikel 12 van Pro het Kinderrechtenverdrag de oudste zoon mondeling gehoord had moeten worden. De Afdeling heeft namelijk overwogen dat er geen absolute verplichting bestaat om een begeleide minderjarige vreemdeling altijd rechtstreeks te horen. Het in de gelegenheid stellen om gehoord te worden ziet dus niet noodzakelijkerwijs op mondeling horen. In de door eiseres aangehaalde uitspraak van deze rechtbank van 31 maart 2026 ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel, nu dit een uitspraak betreft in het kader van vreemdelingenbewaring, waarbij aan het kind zelfstandig een maatregel van bewaring is opgelegd.
22. Nu het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid ziet de rechtbank daarin aanleiding het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen.