Eiseres heeft op 23 december 2025 een verzoek ingediend bij het UWV voor herbeoordeling van het recht van een (ex-)werknemer op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van negen weken beslist, waardoor eiseres beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank stelt vast dat het UWV in gebreke is gebleven en dat het beroep gegrond is. Vanwege het medisch karakter van de beoordeling en het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV, kwalificeert deze situatie als een bijzonder geval volgens artikel 8:55d, derde lid, Awb. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin een termijn van negen weken wordt gehanteerd voor het nemen van een besluit na medische beoordeling.
De rechtbank legt het UWV op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts te verrichten en binnen drie weken daarna een besluit te nemen, met een maximumtermijn van negen weken. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.