Een ex-werknemer van de Staatssecretaris van Defensie heeft op 1 juli 2025 een verzoek ingediend voor herbeoordeling van zijn recht op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van negen weken een besluit genomen, waardoor de rechtbank het beroep op 22 mei 2026 gegrond verklaart.
De rechtbank overweegt dat het UWV de termijn heeft overschreden en ondanks een dwangsombeslissing van 12 januari 2026 nog geen besluit heeft genomen. Vanwege het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV wordt dit gezien als een bijzonder geval, waarbij de rechtbank een termijn van negen weken hanteert voor het nemen van een besluit na medische beoordeling.
De rechtbank legt het UWV op om binnen zes weken na verzending van de uitspraak de medische beoordeling door een verzekeringsarts te laten verrichten en binnen drie weken daarna een besluit te nemen. Voor elke dag dat het UWV deze termijn overschrijdt, moet het een dwangsom van € 100 betalen, met een maximum van € 15.000. Tevens moet het UWV het betaalde griffierecht van € 397 aan eiser vergoeden.