ECLI:NL:RBDHA:2026:17534
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.A. van Hoof
- G.A. van der Straaten
- B. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een asielaanvraag in Nederland in, maar de minister nam deze niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn volgens de Dublinverordening. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de Dublinverordening niet op hem van toepassing is, mede vanwege eerdere subsidiaire bescherming in Duitsland die later werd ingetrokken.
De rechtbank analyseerde het arrest Qassioun van het Hof van Justitie en concludeerde dat artikel 18, eerste lid, onder d, van de Dublinverordening niet van toepassing is op situaties van intrekking van bescherming, maar dat artikel 12, vierde lid, wel van toepassing is. De minister had het besluit onjuist gemotiveerd, waardoor het beroep gegrond was, maar het motiveringsgebrek werd in beroep hersteld.
Verder oordeelde de rechtbank dat er geen sprake is van indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland, omdat er geen systeemfouten zijn in de Duitse asielprocedure en opvang. Ook werd geoordeeld dat de overdrachtstermijn niet was verstreken vanwege een voorlopige voorziening.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand en veroordeelde de minister tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit wegens onvoldoende motivering, laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten.