Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Country policy and information note safe third country, France February 2026’ (zie
France CIN Safe third country (https://assets.publishing.service.gov.uk/media/699f1cb0c497bac082bc76a1/France_CIN_Safe_third_country.pdf)) volgt dat asielzoekers in Frankrijk gedurende de eerste drie maanden slechts toegang hebben tot spoedeisende zorg. Daarmee is onvoldoende gewaarborgd dat eiser tijdig effectieve behandeling ontvangt. De enkele verwijzing naar de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Franse autoriteiten biedt geen garantie op tijdige toegang tot noodzakelijke zorg. Verweerder stelt ten onrechte dat de medische zorg in Frankrijk gelijkwaardig is aan die in Nederland. Eiser heeft bovendien eerder ervaren dat hij in Frankrijk na zijn diagnose geen passende behandeling ontving, waardoor vertrouwen in daadwerkelijke toegang tot zorg ontbreekt.
Country policy and information note safe third country, France February 2026’. Hieruit volgt dat medische hulp voor asielzoekers in Frankrijk in de eerste drie maanden enkel van spoedeisende aard is. De rechtbank wijst erop dat de Afdeling in de beoordeling of ten opzichte van Frankrijk kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in haar uitspraak van 31 juli 2025 het meest recente AIDA ‘
Country Report: France 2024 Update’ van juni 2025 heeft betrokken. Hoewel hierin het door eiser gestelde wordt bevestigd (zie pagina 134 van het AIDA-rapport), komt de Afdeling desondanks tot de conclusie dat dit geen schending oplevert van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest en daardoor niet hoeft te worden getwijfeld aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten opzichte van Frankrijk. Hiermee impliceert de Afdeling dat uit het AIDA-rapport Update 2024 niet blijkt dat er in het asiel- en opvangsysteem in Frankrijk sprake is van tekortkomingen die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om hierover anders te oordelen dan de Afdeling. Verweerder mag er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van uitgaan dat de medische voorzieningen in Frankrijk vergelijkbaar zijn met die in Nederland en dat Frankrijk de internationale verplichtingen nakomt, zoals die bijvoorbeeld volgen uit de Opvangrichtlijn. Op grond van artikel 19 van Pro de Opvangrichtlijn dragen de lidstaten er zorg voor dat verzoekers de nodige medische zorg ontvangen, die ten minste de spoedeisende behandelingen en de essentiële behandeling van ziekten en ernstige mentale stoornissen omvat. Ook verstrekken de lidstaten de noodzakelijke medische of andere zorg aan verzoekers met bijzondere opvangbehoeften.
Country Report: France 2024 Update’ (zie
AIDA-FR_2024-Update.pdf) waar in die uitspraken naar wordt verwezen. Verweerder heeft bovendien nagelaten uitspraken te betrekken waarin juist vraagtekens worden geplaatst bij toepassing van het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Frankrijk.