Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
eisende partij in conventie in de hoofdzaak en in het incident,
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gemachtigde: USG Legal Professionals.
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 10 december 2025;
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, tevens houdende (voorwaardelijke) incidentele vordering ex artikel 195 Rv Pro van de zijde van Dexia;
- de incidentele conclusie inzake vordering tot inzage ex artikel 195 Rv Pro, tevens houdende conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie van de zijde van Afnemer;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie van de zijde van Dexia;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens houdende akte uitlaten producties in conventie van de zijde van Afnemer;
- de in het geding gebrachte producties.
3.De feiten
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens Afnemer
- voor recht zal verklaren dat Afnemer schade heeft geleden als gevolg van het
- Dexia zal veroordelen tot voldoening aan Afnemer van al hetgeen Afnemer aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomsten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover;
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van Afnemer,
- Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met wettelijke rente.
gemachtigde van Afnemer namens Afnemer in deze procedure ingenomen
feitelijke stellingen aan zijn ontleend aan Dexia te verstrekken;
- voor recht zal verklaren dat Dexia na betaling van een bedrag van € 832,11, vermeerderd met wettelijke rente, aan al haar verplichten met betrekking tot de overeenkomst met Afnemer heeft voldaan en niets meer aan Afnemer verschuldigd is;
- Afnemer zal veroordelen in de proceskosten.
De beoordeling van de vorderingen in conventie en in reconventie in de hoofdzaak en in de incidenten
de Wck;
heeft contact opgenomen met Horizon Leven teneinde zich te laten adviseren omtrent het afsluiten van een autoverzekering. Vervolgens is een afspraak gemaakt voor een gesprek op kantoor. Tijdens dit gesprek werd Afnemer, door de heer [naam 1] (hierna: de adviseur) tevens gewezen op een spaarproduct waarmee volgens de adviseur een hoog rendement kon worden gerealiseerd. Dit wekte de interesse van Afnemer. De adviseur stelde voor om de financiële situatie van Afnemer door te nemen en de mogelijkheden van vermogensopbouw via dit spaarproduct te onderzoeken, waarmee Afnemer instemde.
- een kopie van de overeenkomst van 28 juni 1999, voorzien van de tekst “
- een kopie van een uittreksel van de KvK van de tussenpersoon met als beschrijving van de activiteiten van Horizon Leven B.V. ten tijde van het sluiten van de overeenkomst op 28 juni 1999:
- een kopie van een visitekaartje, voorzien van het logo van Horizon Leven, waarop vermeld staat:
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd, terwijl er juist door het feit dat er extreem veel tijd is verstreken tussen het afsluiten van de overeenkomst en het moment dat Afnemer zich erop heeft beroepen dat hij is geadviseerd door de tussenpersoon, alle aanleiding is om behoedzaam met de verklaring van Afnemer om te gaan;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 144,00