Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Over de vader van eiser heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat weliswaar is gebleken dat de vader van eiser in Nederland verblijft, maar niet dat uit objectieve stukken blijkt dat hij ernstig ziek is of voor zijn dagelijkse verzorging afhankelijk is van eiser. Dat eiser zijn vader graag wil ondersteunen en verzorgen, is daarvoor onvoldoende. De minister heeft hiermee voldoende gemotiveerd waarom hij in de door eiser aangevoerde bijzondere, individuele omstandigheden geen aanleiding ziet gebruik te maken van de in artikel 17 van Pro de Dublinverordening neergelegde discretionaire bevoegdheid. De beroepsgrond slaagt niet.