ECLI:NL:RBDHA:2026:6482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen onrechtmatige voortzetting maatregel bewaring en toekenning schadevergoeding
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, werd op 14 oktober 2025 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 11 maart 2026 opgeheven. Eiser stelde op 12 maart 2026 beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
Verweerder gaf aan dat de bewaring onrechtmatig was geworden per 7 januari 2026 omdat een verlengingsbesluit uiterlijk op 6 januari 2026 had moeten worden genomen, maar bood slechts vergoeding aan vanaf 12 februari 2026. Eiser verzocht om herziening van de uitspraak van 16 februari 2026, waarin het eerdere beroep ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat het arrest Aroja van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 5 maart 2026 niet leidt tot herziening van de eerdere uitspraak omdat het arrest na het sluiten van het onderzoek is gewezen. Wel is vastgesteld dat de bewaring sinds 12 februari 2026 onrechtmatig voortduurt. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en een schadevergoeding toegekend voor de periode van 12 februari tot 11 maart 2026. Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is gegrond verklaard en een schadevergoeding van €3360,- toegekend voor de periode van 12 februari tot 11 maart 2026.