Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Ghanees, werd op 30 juli 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. De maatregel werd op 20 maart 2026 opgeheven. Eiser stelde op 30 maart 2026 beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank toetste of de voortzetting van de bewaring tot 20 maart 2026 onrechtmatig was. Eiser stelde dat na een bericht van de Ghanese autoriteiten op 13 maart 2026, waarin werd aangegeven dat onvoldoende informatie was om zijn nationaliteit te bevestigen, het zicht op uitzetting was verdwenen en de bewaring onterecht werd voortgezet.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende meewerkte aan zijn uitzetting, onder meer door te weigeren zich te laten presenteren bij de Ghanese autoriteiten en geen medewerking te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit. Verweerder mocht een week nemen om de betekenis van het bericht te beoordelen en handelde redelijk door de bewaring op 20 maart 2026 op te heffen.
De rechtbank vond geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de voortgangsrapportage en zag geen onrechtmatigheid in het voortduren van de bewaring. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.