ECLI:NL:RBDHA:2026:8411
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 7 april 2026 behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft gehandeld door de aanvraag niet in behandeling te nemen, aangezien Nederland op 8 december 2025 een verzoek tot terugname aan Duitsland heeft gedaan en dit verzoek op 10 december 2025 is aanvaard. Hoewel eiser stelt dat zijn verklaringen tijdens het aanmeldgehoor niet zijn meegewogen, is vastgesteld dat hij de mogelijkheid heeft gehad om via een zienswijze te reageren en dat de minister deze bezwaren inhoudelijk heeft beoordeeld.
Eiser beroept zich op het arrest X van het Hof van Justitie en stelt dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de leefomstandigheden van asielzoekers in Duitsland en de toegang tot rechtsbijstand. De rechtbank stelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook het meest recente AIDA-rapport geeft geen aanleiding tot afwijking.
Verder is overwogen dat de minister terecht heeft geweigerd om de asielaanvraag op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro in Nederland te behandelen, omdat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er bijzondere individuele omstandigheden zijn. Ten slotte is geoordeeld dat binnen de Dublinprocedure geen beoordeling van indirect refoulement kan plaatsvinden zolang het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het besluit blijft in stand en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.