ECLI:NL:RBDHA:2026:8943
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 7 juli 2025 tot verlenging van de overdrachtstermijn op grond van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening vanwege onderduiken.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de beroepstermijn voor dit type besluit één week bedraagt, conform eerdere jurisprudentie van deze rechtbank en de toepasselijke bepalingen in de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres heeft het beroepschrift pas op 23 juli 2025 ingediend, terwijl de termijn tot 14 juli 2025 liep, waardoor het beroep te laat is ingediend.
De rechtbank heeft onderzocht of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, waarbij eiseres stelde het besluit pas op 23 juli 2025 te hebben ontvangen. De minister heeft aannemelijk gemaakt dat het besluit op 8 juli 2025 naar het juiste adres is verzonden. De enkele verklaring van eiseres is onvoldoende om het vermoeden van tijdige ontvangst te ontzenuwen.
Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard en is de verlenging van de overdrachtstermijn door de minister terecht. De rechtbank heeft niet inhoudelijk op de overige beroepsgronden beslist en heeft eiseres geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.