Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De kern van de zaak
2.De procedure
in conventie en van eis in reconventie, met een incidenteel verzoek,
conventie en van antwoord in reconventie;
3.3. De feiten
in het incident:
overeenkomsten aan [partij A] te verstrekken,
in de hoofdzaak:
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [partij A]
- voor recht zal verklaren dat [partij A] schade heeft geleden als gevolg van het
- Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [partij A] van al datgene dat [partij A]
- Dexia te veroordelen om te bewerkstelligen dat de mogelijke H-codering van [partij A]
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [partij A]
- Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met rente.
in het incident:
intakeformulier, althans van andere schriftelijke documenten, waar de door
Leaseproces namens [partij A] in deze procedure ingenomen feitelijke
stellingen aan zijn ontleend,
in de hoofdzaak:
- voor recht zal verklaren dat Dexia na betaling aan [partij A] van een bedrag
- [partij A] zal veroordelen in de proceskosten.
[contractnummer 1] , voorzien van de tekst:
“Adviseur: [tussenpersoon]”;
[contractnummer 2] , voorzien van de tekst:
“Adviseur: [tussenpersoon]”;
[contractnummer 3] , voorzien van de tekst:
“Adviseur: [tussenpersoon]”;
betreffende de toezending van een informatiepakket, waarin te lezen is:
“Onlangsheeft u gereageerd op onze advertentie over “Breed Beleggen”. Zoals afgesproken,ontvangt u hierbij een vrijblijvend informatie-pakket over dit unieke product. Hetbijgaande informatie-pakket bestaat uit een brochure van Bank Labouchere, onze eigenbrochure en twee aanvraagformulieren”;
van de tussenpersoon, betreffende de toezending van de overeenkomsten;
van de werkzaamheden ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten
“het sluitenvan spaar- en levensverzekeringen”.
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd, terwijl er juist door het feit dat er extreem veel tijd is verstreken tussen het afsluiten van de overeenkomsten en het moment dat [partij A] zich erop heeft beroepen dat zij is geadviseerd door de tussenpersoon, alle aanleiding is om behoedzaam met de verklaring van [partij A] om te gaan;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 144,00