Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 6 april 2017
[X] , te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of sprake is van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt;
- of sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel;
- of de inkomsten ter zake van [C] zijn aan te merken als winst uit onderneming in de zin van artikel 3.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) of als loon uit dienstbetrekking in de zin van artikel 3.80 van de Wet IB 2001;
- of de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd.
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de boetebeschikkingen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar in zoverre;
- vernietigt de boetebeschikkingen;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.236;
- draagt verweerder op het door eiser betaalde griffierecht van € 46 te vergoeden.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;